Tip van de week: Meest gemaakte fouten

Voor de ‘Tip van de week’ vraagt GOLF.NL in oktober een aantal Nederlandse Tour-spelers naar de meest gemaakte fouten die zij zien als ze met een amateur spelen. Voor Joost Luiten is het overduidelijk waar de meeste amateurs de fout in gaan: oplijnen.
Joost Luiten:
‘Goed golf begint bij de basis en 90{8806518c25777fb1b6d335028508c8683bf27c6a1166e0ebcee6cbaa66775319} van de amateurs waar ik mee speel staat verkeerd opgelijnd. Als het oplijnen niet goed is, kan je de rest eigenlijk wel vergeten. Oplijnen klinkt simpel, maar het is misschien wel een van de moeilijkste dingen in golf om structureel goed te doen. Als je het niet consequent traint – en de overgrote meerderheid van de amateurs doet dat niet – ben je gezien. Je moet dan al gaan compenseren in het begin van je bacskwing en dan ga je van fout naar fout.

Ik oefen het oplijnen op de driving range – door een club neer te leggen – of op de baan, waar ik het laat controleren door mijn caddie. Jij kan dat natuurlijk ook laten doen door een medespeler. Zeg dan tegen je medespeler waar je heen wilt slaan – bijvoorbeeld twee meter links van de vlag – en laat controleren of je daar ook daadwerkelijk naar toe staat opgelijnd. Je gevoel kan je namelijk goed voor de gek houden. Soms sta je voor je gevoel goed, en blijkt vervolgens dat je tien meter te ver naar links of rechts staat.

Als je een fade of draw wilt slaan gebruik je vaak de stand van je voeten om dat te kunnen doen. Zo sta je bij een fade iets open. Het slaan van verschillende balvluchten begint dus ook met goed oplijnen, want als je een draw wilt slaan, en je staat open, is het al bijna onmogelijk om een draw te slaan. Het kan wel, maar dan ben je heel erg afhankelijk van timing, met als gevolg dat het resultaat heel erg inconsistent wordt en de ballen alle kanten op gaan.

Oplijnen is iets dat ik elke dag controleer. Het is echt de basis van de basis. Het gevoel voor het goed oplijnen moet je kalibreren en constant recht zetten. Het begint met je voeten, maar je knieën en schouders moeten ook parallel aanstaan. Je schouders hebben meer invloed op de vertrekrichting van de bal dan je voeten, maar als je voeten open staan en je schouders dicht is het onmogelijk om veel snelheid te genereren. Kortom: besteed aandacht aan het oplijnen en controleer het regelmatig!’